| In de drassige moerassen van
Florida stort in de jaren dertig een ufo neer. Het ruimtevaartuig
weerstaat de impact en aan boord bevindt zich de overleden bemanning
en een verzameling boeken met daarin de kronieken van het keizerrijk
Trigië. Wetenschappers buigen zich over de opzienbarende vondst
en een van hen slaagt er uiteindelijk in de boeken te ontcijferen.
Dankzij deze man kan de wereld nu kennis maken met de geschiedschrijving
van de opkomst en ondergang van het lang verloren gegane keizerrijk
Trigië.
Met deze introductie werd in 1966 de strip The Rise and Fall of
the Trigan Empire geïntroduceerd in het nieuwe blad Ranger.
Het was een prestigieus project, waar de uitgever Fleetway twee
toptalenten voor had aangetrokken. Michael Butterworth verzorgde
het scenario voor deze space-opera en Don Lawrence tekende de verhalen.
Een gouden duo, want onder hun handen groeide Trigië uit tot
een van de meest succesvolle strips uit de Britse stripgeschiedenis.
Het eerste verhaal Strijd om Trigië gaat over een groep nomaden,
de Vorgs, die onder leiding van drie broers een eigen stad bouwen
en daarmee de fundamenten stichten voor een nieuw keizerrijk op
de planeet Elekton. Uiteraard gaat dit niet zonder slag of stoot
en een ware Strijd om Trigië is het gevolg. De Vorgs komen
als overwinnaars uit de strijd en een nieuw keizerrijk met aan het
hoofd de jonge krijger Trigo is geboren.
Al snel vormt er zich een groepje vaste hoofdrolspelers rondom
Trigo en zijn broer Brag. De derde broer is omgekomen in een man
tegen man gevecht met Trigo. Zo is daar de geleerde Perik met zijn
dochter Salvia en Brags zoon Janno en zijn vrienden Keren en Roffa.
De avonturen spelen zich af op de planeet Elekton en zelfs daarbuiten.
Keer op keer wordt het keizerrijk bedreigd en telkens weten Trigo
en de zijnen als overwinnaars uit de strijd te komen.
In 10 jaar tijd (van 1966 tot 1976) hebben Lawrence en Butterworth
48 verhalen gemaakt. Daarnaast schreef Butterworth nog tal van andere
verhalen over Trigie die door andere artiesten getekend werden zoals
Oliver Frey, Gerry Wood en Ken Roscoe.
|